Een kapitein  is eigenlijk een schipper. Hoe hij ook genoemd wordt.
Hij is baas op het schip. Van de bemanning.
Als het er op aan komt van alle schepelingen. Dus over allen die aan boord zijn.
Er is wel een maar…..
Dat is alleen zo als het  de veiligheid van de vaart en het schip betreft.
Alles wat met een veilige vaart te maken heeft. Daarover  beslist hij.
Iedereen is natuurlijk de baas over zichzelf. Als je matroos bent . Of stuurman.
Dan moet je natuurlijk de dingen doen die bij dat werk horen.
Er is een groot verschil in de scheepvaart van vroeger en nu.

    Deze foto is voor 1960 gemaakt.  Je ziet het Bonapartedok van Antwerpen.


























Paarden trokken wagens met stukgoederen. Naar pakhuizen en loodsen. Om tijdelijk opgeslagen te worden.
Het beurtmotorschip  links, is de Jean Louis,  daarop was ik schipper. Mijn vrouw en kinderen woonden aan boord.
260 ton laadvermogen. Het had laadgerij om zelf te kunnen of losssen. Ik voer er mee naar Gent of Brussel Antwerpen. En nog veel meer plaatsen. Lading die verpakt zat in kisten, vaten, dozen. Papier, wijn, koper, zeep, soep,   Je kunt het zo gek niet noemen. Ik heb het geladen en gelost

Beurtschepen  komen de Wilhelminasluis uit.
Ze varen op de Zaan, richting Wormerveer.

Beurtschipper
Beurtschepen waren sterke, zwaar gebouwde schepen. Het schip hiernaast heeft
lading in het ruim en op de luiken. De schepen hadden meestal eigen laadgerei
( mast en giek  )  en brede gangboorden. Daar werd ook lading neergezet.
Beurtschip varend in de nacht
zelf laden en lossen
Dit beurtschip heeft een laadvermogen van 250 ton
Het was 35 meter lang  en 5 + een halve meter breed
De motor is een 2 cylinder gloeikop 60 pk ABC.

Deze site gaat
in hoofdzaak
over de beurtvaart
zoals die jarenlang
in de Zaanstreek en eigenlijk overal in Nederland
tot ongeveer 1950
plaats vond
balen laden
langs een glijplank
Fabrieken aan de Wormerse kant van de Zaanbocht bij Wormerveer
rond 1920 in Rotterdam
Je kunt natuurlijk
ook gaan zeilen
als je varen wilt
Rond 1850
beurtschip aan de Dam in Zaandam
Op de schippersschool leer je de theorie van het vak. Navigatie op zee, Reglementen, Scheepswerktuigkunde,Talen.
Knopen, Splitsen. Roeien, Wrikken.Koken. En nog veel meer. Eigenlijk alles wat je weten moet om schipper of kapitein  te zijn.
Dus als je wilt gaan varen moet je een opleiding doen.  Wil je er meer over weten.
Vraag  aan je ouders of zij samen met jou op     www.noordzee-college.nl  willen kijken.     
Je begint als matroos. Als het goed doet wordt je kapitein.

Omdat de aarde èèn keer in de 24 uur om haar as draait,  is er  2 keer hoog water & 2 keer laag water.
Dat komt door de maan en de zon. Die oefenen aantrekkingskracht uit op het zeewater. 
Met volle en met nieuwe maan heb je springtij. Dan stijgt het water het hoogste en daalt het laagste.
Met eerste en laatste kwartier doodtij. Dan stijgt het water het minste en daalt het minste.
Dood tij tot springtij duurt ongeveer 2 weken. Spring- tot doodtij ook.
Met eb gaat de afgaande tij-stroom naar zee.
Tot laagwater. Met vloed is het precies andersom. Tot hoogwater.
Daar heb je als schipper mee te maken als je op de Wadden, naar Rotterdam of op Zeeuwse stromen vaart.

Spring tij


Nieuwe maan

Spring tij


Volle maan

wordt nog aan gewerkt
Sign InView Entries
Heb je vragen, opmerkingen.
Schrijf ze in het Guestbook.
of e-mail mij
Je krijgt antwoord.
Kromhout 2 cylinder gloeikop-Motor.
Zoals ze dikwijls in een beurtschip stonden.
Op de voorgrond een Stoombeurtschip
      in Rotterdam
In 1945 werd ik voor het eerst schipper.
Dat is dus ruim 60 jaar geleden.
Het was op een niet zo groot motorschip.
De motor was 15 pk.
Het laadvermogen 30 ton. 

Een aantal jaren later werd ik
schipper op  een motorbeurtschip
met 260 ton laadvermogen.

Om dicht bij huis te blijven,
Vroeger waren er langs de Zaan
veel molens en fabrieken.
Daar werd natuurlijk gewerkt.
Wat er gemaakt werd moest vervoerd worden.
Stukgoed wordt dat genoemd.
Denk maar aan kisten, vaten, zakken, dozen, balen, enzovoort.
Eerst ging dat met zeilschepen. Later met
stoom en nog later met motorschepen.
Ieder schip had zijn eigen laad en losgerei.
Het  bestond uit een mast. 1 of 2 laadbomen.
Welke schippers deden dat.  Meestal waren  meerdere schepen van een bedrijf.  In de Zaanstreek had je
de : firma weduwe Jongewaard ,  Firma  R Bets Pz.  Firma  A J Snelleman. Firma Smit. Van Calcar en de Jongh.
Er waren er nog meer.  Ze voeren naar vaste plaatsen..Bijv. , Rotterdam. Amsterdam. Haarlem. Gouda. Amersfoort,Venlo, ......
In die jaren was dan Zaan een druk bevaren rivier. 
Uit heel Nederland, Belgie, Duitsland kwamen deze beurtschepen lading halen en wegbrengen.

Hoe kwam zo` beurtschip aan lading. Sommige hadden een agentschap. 
Dat zorgde ervoor dat wanneer de schipper zich daar meldde, de adressen waar geladen moest worden klaar lagen.

Er waren ook schippers die bij bijna elk van de bedrijven, fabrieken,molens, hun schip even aanlegden,
om te vragen of er nog stukgoed voor hen was.
Soms waren zij 2 dagen bezig voor zij alle adressen  bezocht hadden  en de betreffende stukgoederen geladen waren.

De schippers van de vele beurtschepen die de Zaan bevoeren, kwamen op bepaalde, vaste dagen.

Afleveren van de lading, in de plaatsen vanwaar zij kwamen, ging precies het zelfde, maar dan in omgekeerde volgorde.
Daarvandaan werd dan  met handkarren,










paardenwagens, bakfietsen, auto`s, het stukgoed bezorgd.
Er werden natuurlijk ook ladingen direct van het schip bij de ontvanger gelost, als die een eigen losplaats, aan het water had.

email me
droog-gevallen
laagwater op de Wadden
D.Versteeg sr.
In 1920 werd deze foto van de haven van Venlo gemaakt.
Deze wagens wachten op stukgoed uit  een beurtschip om die naar de bestemming te brengen.
Click  Zaans kwartier